Jaaps 10-guldenbiljet moet €37.500 opbrengen

12 februari 2019

LEIDSCHENDAM-VOORBURG – „Het begon met een klein potje muntjes van mijn vrouw”, vertelt Jaap de Ruiter. „Inmiddels is deze hobby uitgegroeid tot een bedrijf met 150 mensen.”

Veilinghuis De Ruiter is dat geworden. „En hier op de beurs sta ik met mijn zoon Johan en kleinkinderen Martijn van 12 en Julian van 10. Ook allemaal bevangen door liefde voor het verzamelen en verkopen van munten en papieren geld. Ik ging voorheen op mijn bakfiets met wat zakjes munten op pad. Nu zijn we een grote speler op veilingen en beurzen.”

Het veilinghuis De Ruiter is een van de standhouders op de Holland Coin Fair in het Fletcher Hotel in Leidschendam-Voorburg. Volgens kenners de ’Tefaf onder de muntbeurzen’. Het is een initiatief van de Stichting Bevordering Numismatiek en trekt al jaren bezoekers uit heel Nederland naar de Zuid-Hollandse plaats. Ze komen allemaal om hun collectie aan te vullen met bijzondere munten die soms zelfs van ruim voor Christus stammen.

Biljet

Zo biedt De Ruiter een 10-guldenbiljet aan dat stamt uit 1846 en inmiddels 37.500 euro moet opbrengen. „Dat lijkt veel maar destijds kocht je een huis voor een 10-guldenbiljet. Maar dergelijke biljetten zijn nog maar heel zeldzaam. Ze duiken af en toe op. Deze zat bijvoorbeeld in een boek verstopt. Maar mensen komen ook bij ons en hebben dan onder in een la iets gevonden”, geeft Johan De Ruiter aan.

Voor het biljet is al belangstelling getoond op de beurs. Daarnaast komen mensen af op een biljet van één gulden dat in Nederlands-Indië werd uitgegeven in 1815. Nu alleen te bezichtigen, maar op een komende veiling vanaf 6500 euro op te bieden. „We denken dat het 10.000 euro kan opleveren”, vertellen vader en zoon De Ruiter.

Ⓒ TELEGRAAF tekst LIEKE JONGBLOED beeld SERGE LIGTENBERG

Geplaatst op 09 feb. 2019.

Verder lezen? Ga naar het hele artikel in Telegraaf.


Terug naar het overzicht